het ochtendlicht hangt als een lichte sluier in de straat.
hier komt de stad rustig op gang.
turend over de trambaan naar de locatie vraag ik me af hoe ik het enigszins verlopen schoenmakers-walhalla zal vastleggen.

voor het pand wachtend- en heen en weer slenterend kom ik erachter dat mijn afspraak boven zijn winkel woont.
een emaille plaatje met zijn naam hangt schuin naast de deurbel van de linker deur.
een half uur later dan afgesproken – zie ik hem aan komen fietsen.
de grauwe gevulde boodschappentas verraadt de reden van afwezigheid.
als hij bij het trapportaal naar zijn voordeur is aangekomen, verwacht ik een groet, handgebaar, opmerking, oogcontact.
maar niets van dit alles. nadat de boodschappentas en fiets in het drie treden hoger gelegen portaal zijn geplaatst slaat de voordeur dicht.
enigszins vertwijfeld blijf ik achter op de stoep.

twee weken later fiets ik aan het eind van de middag met een ingelijste foto naar de sarphatistraat.
als ik dichter bij het pand kom, zie ik dat het rechter souterrainraam geopend is.
de schoenmaker zit in zijn blauwe werkbroek in de raamopening op de stoep de straat in te turen.

als ik naast hem stop krijg direct te horen: ‘ik neem niks meer aan hoor, vandaag.’
duidelijke taal, zo spraakzaam was ie tijdens het fotograferen niet.
ik overhandig een ingelijste foto, herinner hem aan de afspraak.
met beide handen voor zich uit wordt het geschenk aandachtig bestudeerd.
‘vindt u het wat?’ vraag ik na zo’n 30 seconden van stilzwijgen.
‘o ja’ krijg ik als eerste antwoord; maar zijn inspectie is nog niet voltooid.

zwart vervuilde vingers getuigen van schoenreparatie die dag.
de top van zijn rechterwijsvinger gaat over de glasplaat en stopt bij ieder werktuig, de toonbank, schoenen en zaken die aan de muur hangen.
‘alles staat erop,’ geeft hij enthousiast te kennen. ‘subliem!’ is de uitkomst van zijn grondige analyse.
vervolgens wijst de bejaarde schoenmaker naar zijn eigen hoofd op de foto, tikt met zijn wijsvinger op de plek waar de bril zichtbaar is en zegt:
‘die bril, daar zitten de matte glazen in.’
‘verrek’, ik kijk hem aan, neem de jampotten op en inderdaad, de glazen in de bril die hij nu op heeft, zijn glad gepolijst.
al leek het bij de fotoshoot anders, vooralsnog ontgaat deze baas helemaal niets.

blij dat ik hem dit plezier heb gedaan, wil ik wat meer informatie die ik eerder niet loskreeg; het verhaal die de opname heeft ingesloten.
‘hoelang zit u eigenlijk hier?’ luidt mijn vraag.
‘sinds oktober ’46,’ is het rappe antwoord.
tijdens de oorlog zat ie in amsterdam met 4 schoenmakers op een rijtje.
‘een van die schoenmakers was fout, ik ben toen opgepakt en heb 2,5 jaar in een kamp gezeten’.
na de tweede wereldoorlog is hij met zijn schoenenzaak in dit pand gaan zitten.
die philips-advertentie uit een ver verleden is dus niet opgehangen op een nostalgisch moment, maar hangt daar al die jaren al.

de schoenmaker tikt met zijn vinger naast zijn been op het hout van de bovenste trede.
de trap (inpandig, van de straat het souterrain in) heeft ie er toen ook in laten zetten. ‘Voor 50 gulden.’
‘hoe oud bent u eigenlijk, als ik vragen mag?’
‘84,5’ krijg ik spontaan als antwoord. ‘maar ik vind het best hoor, zo blijf je tenminste onder de mensen.’
niet mijmerend achter de geraniums in huize avondgloren, geen discussie over de pensioengerechtigde leeftijd.
deze vent werkt nog gewoon 5 dagen per week.

de telefoon op de toonbank gaat over. ‘dat zal de buurvrouw wel zijn,’ deelt hij mee, en zwaait via de trap af naar beneden.
het blijkt inderdaad de buurvrouw te zijn, die haar uitnodiging met een haring wil belonen.
‘hoe oud is die haring?’ ‘is die van vorige week of van vandaag? oh, nou dan kom ik wel even langs, da-aaag.’
na het telefoongesprek wordt de fotolijst op een stoel naast de toonbank gezet. ‘die neem ik zodirect mee, kan ze mooi even kijken.’

intussen stopt een voetganger voor de ingang van het souterrain, en tovert een kapotte veter tevoorschijn.
‘verkoopt u ook van deze veters?’ is de vraag.
de handelsgeest wint het van mijn gesprek en de schoenmaker maakt aanstalte in de behoefte te voorzien.
‘dank je wel hoor!’ roept hij naar mij terwijl hij naar achteren loopt.

dhr de groot [ amsterdam 2006 ]

error: Notice: panholland content is copyrighted